on the beach
Dit ben ik op het strand van Scheveningen

 

Mijn roots in Scheveningen?
In gedachte heb ik mij afgevraagd waar mijn liefde voor reddingboten, oftewel sloepen ook nog op hoge leeftijd vandaan komt.
In een familie kroniek kwam naar voren, dat in mijn familie Scheveningse vissers zaten en mensen, welke indirect met de zeevisserij te maken hadden, zoals kuipers, haring-commissionairs en andere aanverwante beroepen.
Het verbaast mij hoe genetisch bepaalde eigenschappen van mensen ongemerkt, ik denk via DNA, worden doorgegeven.
Ik hoorde mijzelf een uitspraak doen, die ik eigenlijk niet wilde zeggen, maar ik had hem al gezegd en ik besefte dat mijn vader zoiets ook zou zeggen.
Mijn oren hebben exact dezelfde vorm als van een oom van mij. De familie stamt uit de 15de eeuw. Het geeft wel te denken.

Mijn zeilsloep is een kopie van zoals Britse vissers in hun arme tijd sloepen gebruikten om de kost te verdienen.
Dit werd bevestigd door een Ierse scheepseigenaar op vakantie, die drie trawlers had varen en kijkende naar mijn sloep zei hij; dat zijn opa met zo een sloep de zee op ging voor de visvangst. In het vooronder was een ruimte via een luik, waardoor men de netten na het meren opsloeg. 
Ik ben nu hoogbejaard en de sloep is voor mij nog heel belangrijk. 
Ik zeil niet zo dikwijls meer, maar samen met mijn kinderen trek ik nog graag bij wind 3 tot 5 Beaufort op de rivier aan de schoten.
Ook de zeevisserij qua schepen vind ik heel interessant.  

    

Met mijn zoon ben ik naar het museum van Willem Mesdag geweest. 
Daar kan je bijna life zien, hoe de vissers en familie moesten ploeteren om ons visje op het bord te verkrijgen.
Er waren twee soorten bomschuiten Men viste langs de kust met een kleinere en zeilde met een 14 meter schip naar de Doggersbank om haring te vangen.
Alleen in de warme periode van het jaar werd er gevaren, omdat het in de winter op de Noordzee slecht toeven was.

De bomschepen waren qua vorm slechte zeilers en bij storm heel moeilijk op koers te houden. De schepen liepen dan op de Texelse gronden omhoog, sloegen op het harde zand stuk en bijna iedereen verdronk. 
In de 19e eeuw waren er nauwelijks havens; dus werden de schepen, afhankelijk van het tij met hulp van paarden op of van het strand gehaald. Ook de familie hielp een handje.
Mijn familie runde in Scheveningen een viswinkel en nog meer, maar ik kan me wel voorstellen, dat in die tijd tijdens het toeristenseizoen mijn oma als kind met vis of zure bommen voor de verkoop het strand op ging.
Het waren mensen die nooit stilzaten. Er was altijd wat te doen. Er was slijtage of schade aan de schepen of aan het vistuig.
Het grote ronde schilderstuk van W. Mesdag beeldt dit goed uit en je waant je aanwezig in het duin neerkijkend naar al die bedrijvigheid. (Naast het museum is een ruime parkeergarage).
Na een grote storm (1894)is een groot deel van de bomschuiten in Scheveningen vernield en heeft de overheid in het begin van de 20ste eeuw een haven gebouwd.
Later groeide de visvaart en ook de schepen, welke veelal via een hypotheek voeren.
Om aan de hypotheeklasten te voldoen, is de visvangst in de winter nodig.
In de winter kende de Noordzee veel stormen en ook vorst, met gevolg, dat schepen door het ijs soms zo zwaar werden, dat er niks meer mee te beginnen was.
Zelfs de sloepen zaten onder het ijs en men verdronk jammerlijk. Bijnaam van dit gebeuren was black ice.
Gelukkig kon men later deze problemen ondervangen, maar het water blijft koud en het leven evenzo.
Vroeg op, lange dagen en hard werken. Maar nu zijn er veel regels om te kunnen vissen met verlangen.
De kabeljauw is bijna uitgestorven, ook de makreel wordt zeldzaam en de Hollandse haring komt soms uit Denemarken.
Gelukkig zijn er nog meer eetbare vruchten uit het zoute water te halen, mosselen en oesters en garnalen.
Wat mij wel is opgevallen, dat de vissers doorgaan tot er bijna niks meer te vangen is.
Ook varen er over de wereld grote fabrieksschepen (ook Nederlandse), met kilometers netten, die alles vangen en verwerken, zodat de lokale visser het nakijken heeft, maar er is geen wet die dit verbiedt. De oceaan is vrij?
Neem niet alles, laat lokaal wat over aan de kustbewoners.
Volgend maal ga ik het visserijmuseum bezoeken.
Eduard