Advertenties

Het ontstaan van hout PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door P.M. Heilig   
donderdag, 23 augustus 2007 20:46
AddThis Social Bookmark Button

Hout is in feite opgebouwd uit ontelbare microscopisch kleine cellen. In een plant of boom hebben jonge levende cellen de eigenschap zich door deling te kunnen vermenigvuldigen.

kopse doorsnede okoumee1.jpg - 69.43 Kb

Vergrote kopse doorsnede van okoumé. De gaatjes zijn houtvaten. De verticale lijnen zijn houtstralen, daartussen vezelweefsel. De houtvaten liggen verspreid over het gehele oppervlak, daarom noemt men dit een verspreidporige houtsoort.

Tijdens de groeiperiode vindt celdeling plaats; bijvoorbeeldaan de top van een stam of van de takken, waardoor lentegroei ontstaat.
Bij groei in de dikte spelen zogenaamde cambiumcellen de hoofdrol.
Wat het cambium is, weet ieder, die wel eens de schors en de bast van een boomtak heeft afgestroopt. Het is namelijk het glibberige laagje wat zich onder de bast bevindt. Dit laagje omspant het hout in de stam of tak als een dunne cilinder; de cambiumcellen delen zich in houtcellen (naar de binnenkant) en bastcellen (naar de buitenkant).
Doordat veel meer houtcellen dan bastcellen worden gevormd, bestaat een boom voor het grootste gedeelte uit hout.

kopse doorsnede essehout1.jpg - 147.60 KbVergrote kopse doorsnede van essenhout. Wijde houtvaten liggen geconcentreerd rond de groeiringgrens. Daarboven vezelweefsel met verspreide kleine houtvaten. De verticale lijnen zijn de houtstralen. Dit noemt men een ringporige houtsoort. Op de afbeelding is een volledige groeiring te zien en een gedeelte van de volgende.

Verhouten.
Nieuw gevormde houtcellen gaan zich ontwikkelen. De cel deelt zich, wordt groter, rekt zich uit en krijgt dikkere wanden. Dit proces zoude we verhouten kunnen noemen. Onderling staan de cellen met elkaar in verbinding om water en voedingstoffen door te laten. Om een goed idee te krijgen van wat er aan een stuk hout nou eigenlijk te zien is, moeten we, hoewel we er niet diep op zullen ingaan, ook iets vertellen over de verschillende soorten cellen, die zich ontwikkelen. Het geval doet zich namelijk voor dat de houtcellen bij hun ontstaan een bepaalde functie in de boom krijgen toebedeeld. Een groep gelijksoortige cellen, dus met een zelfde functie, noemt men een weefsel en alle houtsoorten zijn in feite uit slechts enkele weefselsoorten opgebouwd.

Naaldhout of zachthout- loofhout of hardhout.
Alvorens een verdere toelichting te geven over de weefselsoorten, die bij hout zijn te onderscheiden, eerst iets over de begrippen naaldhout en loofhout of zo u wilt zachthout of hardhout. De boomsoorten worden verdeeld in naaldbomen en loofbomen. Naaldbomen hebben naaldvormige bladeren; het zijn altijd groene bomen, omdat zij hun naalden in de winter niet alle tegelijk afwerpen. (Een uitzondering is de Larix).
Bekende naaldbomen zijn de fijnspar of Picea, die vurenhout levert; de pijnboom of Pinus, die grenenhout levert; de douglas of Pseudotsuga, die oregon pine levert en de Sequoa, die redwood produceert.

Loofbomen hebben platte bladeren. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de eik of Quercus; de iep of Ulmus, de beuk of Fagus, de es of Fraxinus en verder zeer vele boomsoorten, die het hout voortbrengen dat bekend is onder de handelsnamen als teak, afzelia, afrormosia, okoumé, etc.

Hout, afkomstig van de ene groep wordt naaldhout of zachthout genoemd en van de andere groep loofhout of hardhout.
Eigenlijk zijn de benamingen zachthout en hardhout niet helemaal juist, omdat sommige naaldhoutsoorten harder hout hebben, dan menige loofhoutsoort.
Deze namen zijn in het spraakgebruik ingeburgerd en meestal leveren ze geen misverstanden op.

Vervolg; weefselsoorten.

Laatst aangepast op dinsdag, 14 februari 2012 22:43